Lieve, lieve jongen laat je gedachten en verlangens de mijne kruisen...,' schrijft Helga Deen op 8 juli 1943 in een brief aan haar vriend Kees. Het zijn haar laatste woorden vanuit kamp Westerbork, vlak voordat zij in Sobibor vermoord wordt.
Helga Deen hield een dagboek bij in kamp Vught, een aangrijpende en ontroerende getuigenis van het dagelijks leven in een concentratiekamp. Ze wordt heen en weer geslingerd tussen liefde en afkeer, tussen wanhoop en optimisme. Plotseling beroofd van alles wat haar vertrouwd was schrijft ze op indrukwekkende wijze hoe ze zo waardig en bezield mogelijk probeert te leven.
Meer dan zestig jaar later zijn Helga's dagboek en brieven teruggevonden in een schooltas, door de zoon van de vriend van wie ze zo hartstochtelijk hield.
Er dringen zich vergelijkingen op met Anne Frank en Etty Hillesum, maar toch is ondanks wellicht eenzelfde compassie en houding, hier een heel eigen stem hoorbaar: intens, lyrisch, wanhopig, geërgerd, bang soms, maar tot het laatst vitaal
Helga Deen werd geboren op 6 april 1925 in Stettin en woonde vanaf 1933 in Tilburg. 1 Juni 1943 werd de familie Deen afgevoerd naar kamp Vugt. Op 2 juli werden Helga en haar familie getransporteerd naar kamp Westerbork en op 16 juli 1943 werden zijn in het concentratiekamp Sobibor om het leven gebracht.